Gedichten

Gedichten

Verlaten schuilplaats in de bergen

Eens woonde in mij de minste der goden, 
een god nochtans, bewaker van verloren tijd, maker 
van vensterloze werelden. 
Hoe alleen was hij in mij – zijn kleine labyrint – 
bezocht slechts door nooit opgehaalde herinneringen.

Waarom hij uitweek en waarheen?
Wie peilt het binnenste van zelfs de minste god? 
Wacht hier, zei hij, de tijden zijn verwaaid,  
bewaar voor mij de stilte van dit dal.
Tot zich nam hij een sober maal 
van ongeziene ogenblikken en vertrok.

Wat rest mij sedertdien, verlate schuilplaats 
onder vruchteloze bomen? De uren lekken traag 
uit mijn aangevreten wanden. 

Ik hield van hem, mijn stille god.
In onvoltooid vrijwel vergeten tijd
verlang ik zonder hoop zijn terugkeer onaf-
gebroken.